Wednesday, July 07, 2004

Harp

harp
INLEIDING

harp (Ital.: arpa; Fr.: harpe; Duits: Harfe; Eng.: harp), als moderne dubbelpedaalharp een tokkelinstrument waarvan de snaren door middel van de vingers van beide handen (uitgezonderd de pink) worden aangetokkeld. De snaren (46 of 47) zijn verticaal aangebracht tussen de stempennen aan de harmonisch gebogen hals en de van vijf klankgaten voorziene resonanskast of corpus. De snaren zijn diatonisch gestemd in Ces. Door middel van zeven pedalen, die zich in de voet van de harp bevinden, worden in de zuil (baronstang) stangen in beweging gebracht die een mechanisme aan de hals van het instrument in werking stellen dat de snaren verkort. Dit verkortingsmechaniek bevindt zich achter en op de metalen plaat die tegen de hals van de harp is aangebracht. Door een pedaal eenmaal neer te trappen en in de eerste inkeping vast te zetten, draait een van opstaande pennetjes voorzien schijfje (fourchette, Gabel) een kwartslag om, waardoor de snaar verkort en de stemming een halve toon verhoogd wordt. Worden alle pedalen in de eerste inkeping geplaatst, dan is de hele harp in C gestemd. Alle pedalen in de tweede inkeping wijzigt de stemming in Cis. De pedalen zijn zo geplaatst dat de linkervoet het B-, C- en D- (Bes-, Ces- en Des-)pedaal en de rechtervoet het E-, F-, G- en A- (Es-, Fes-, Ges- en As-)pedaal bedient. Doordat de bediening van de pedalen tijd vereist, is het niet mogelijk snelle chromatische passages te spelen. Door verschillende wijzen van tokkelen zijn bijzondere effecten te bereiken, die bij de moderne orkestratie veelvuldig worden toegepast.

1. GESCHIEDENIS

De harp behoort tot de oudste muziekinstrumenten. Egyptische en Assyrische reliëfs en wandschilderingen tonen primitieve boogharpen. Bij de boogharp werden snaren van verschillende lengte tussen de boog gespannen, doch zij had het bezwaar dat te weinig snaren tussen de boog bevestigd konden worden. Uit latere perioden is de hoekharp bekend. Hierbij staan snarenhouder en resonanslichaam in een rechte hoek tot elkaar. Daardoor was het mogelijk meer snaren aan te brengen. Door deze hoekvorm ontstaat vanzelf de verkorting (naar de speler toe), die noodzakelijk is voor de kortere snaren, dus de toonhoogteverschillen. De volgende stap in de ontwikkeling was het sluiten van de hoek met een zuil, waardoor de raamharp ontstond. Tussen de snarenhouder en het resonanslichaam werd deze zuil ter versteviging aangebracht. De gesloten driehoek bood nu weerstand aan de spanning van een groot aantal snaren. De raamharp is sinds de 8ste eeuw bekend en is vele eeuwen in gebruik geweest. Als clarsach (ook clairseach of clairsighe) heeft dit instrument vooral in Ierland (Ierse harp), Wales en Schotland bekendheid verworven. De stokharp was het resultaat van zoeken naar de mogelijkheid beide handen voor bespeling vrij te hebben. Deze harp werd voorzien van een stok (waarop ze steunde) of op een verhoging geplaatst. Zij was de directe voorloper van de tegenwoordige vorm.

De ontwikkeling van de meerstemmigheid en de uitbreiding van de toonsoorten maakten technische verbeteringen noodzakelijk. Was het moduleren naar andere toonsoorten bij de oude harpen uitgesloten, bij de haakharp, geconstrueerd in Tirol in de tweede helft van de 17de eeuw, werd het mogelijk door het neerdrukken van een haak de snaar te verkorten, waardoor de toonhoogte een halve toon hoger werd. Deze haakharp werd verder ontwikkeld door Hochbrucker (Donauwörth, 1720), die de pedaalharp ontwierp (waarbij de snaarverkorting niet meer met de hand geschiedde). Deze pedaalharp met grondstemming Es grote terts had zeven pedalen, voor iedere grondtoon van de toonladder één. Sébastien Érard vond ten slotte ca. 1820 de oplossing die, zij het in verbeterde vorm, tot op heden stand heeft gehouden. Hij bouwde de dubbelpedaalharp, waarbij door een tweede inkeping de pedalen niet eenmaalmaar tweemaal ingetrapt kunnen worden.

J.H. Pape (midden 19de eeuw) bouwde, gevolgd door Ign. Pleyel en Gustave Lyon (1894), een chromatische harp zonder pedalen, die voor iedere toon van de toonladder een eigen snaar had (totaal 78 snaren). De snaren werden (zoals de zwarte en witte toetsen van de piano) in twee verschillende vlakken aangebracht. Ook de chromatische harp had echter weer technische tekorten; akkoordglissandi bijv. konden niet worden uitgevoerd. Uiteindelijk heeft de pedaalharp het pleit gewonnen.

De Ierse harp, in de middeleeuwen in Ierland een belangrijk huisinstrument, beleefde in de 20ste eeuw een wedergeboorte in de Verenigde Staten, Europa en Japan. Het instrument is technisch verbeterd, heeft een toonomvang van bijna vijf octaven (34 snaren) en is door zijn formaat uitstekend geschikt om ook door kinderen bespeeld te worden. De stemming is diatonisch, maar iedere toon afzonderlijk kan door middel van een verticaal te bedienen hefboompje een halve toon worden verhoogd.

2. ETNOMUSICOLOGIE

In de Europese volksmuziek komt de harp frequent in Ierland, op de Britse eilanden, in Frankrijk, Spanje, Hongarije en Rusland voor. Naar wordt aangenomen is het instrument reeds vóór 1000 n.C. op het Europese vasteland bekend geworden door de Ierse barden . Ook in geheel Afrika ten zuiden van de Sahara is de harp een bekend autochtoon muziekinstrument, waarvan plaatselijk talrijke varianten bestaan (zie Afrikaanse muziek). Het dient veelal ter begeleiding van epische zang en laat zich slechts combineren met meer volumineuze instrumenten zoals trommels. Een bijzonder hoge vlucht heeft de harp genomen in de Zuid- en Midden-Amerikaanse volksmuziek. Het instrument werd daar gebracht door de rooms-katholieke geestelijkheid, die de conquistadores uit Spanje op de voet volgde en met de harp geestelijke liederen aan de bevolking leerde. In combinatie met twee of drie andere tokkelinstrumenten heeft zich met name in de tweede helft van de 20ste eeuw een standaardensemble ontwikkeld in verschillende Latijns-Amerikaanse landen.

3. TOEPASSING

In het begin van de 17de eeuw werd de harp voor het eerst als orkestinstrument toegepast. Met klavecimbel (met de basso continuo) en luiten vormde zij de muzikale achtergrond bij de eerste opera's in Italië. Na de bouw van de dubbelpedaalharp door Érard nam de belangstelling van de componisten voor de harp weer toe. Berlioz heeft in zijn werken de harp veelvuldig voorgeschreven. Liszt, Wagner, Strauss en Mahler waren in het Duitstalige gebied de stuwende krachten voor een ruimere toepassing van de klankkleur van de harp in het orkestpalet. De Franse impressionisten hebben eerst volledig de mogelijkheden van dit instrument begrepen en toegepast. In het symfonieorkest worden thans gewoonlijk twee harpen gebruikt; meer en meer wordt het instrument in de moderne ensembles voorgeschreven. Strawinsky, Alban Berg, Webern, Henze, Berio en Boulez bijv. zien de harp door haar vele klankmogelijkheden als een van de belangrijkste orkestinstrumenten.

Concerten en werken voor soloharp met orkestbegeleiding schreven o.m.: Rodrigo, Krumpholtz, Händel , Mozart (concert voor harp, fluit en orkest), Boieldieu, Tailleferre, Salzedo, Wagenaar, Glière, Křenek, Ravel, Milhaud, Debussy; de Nederlandse componisten Flothuis, Van Delden, Henkemans, Badings; de Belgische componisten J. Jongen, A. de Boeck , A. Meulemans, R. Bernier (kamermuziek), V. Legley (concerto). De Nederlandse componist R. Heppener componeerde een werk voor 28 harpen.


0 Comments:

Post a Comment

<< Home